HR 24 oktober 1989, ECLI:NL:HR:1989:ZC8253

Verduistering van geldbedragen, art. 321 Sr. Voldoende duidelijke feitelijke betekenis van de woorden “wederrechtelijk zich heeft toegeëigend”? Art. 261 Sv. Hof heeft dagvaarding in navolging van Rb nietig verklaard, o.m. omdat op geen enkele wijze duidelijk is gemaakt, waarin het strafbare gedrag zou hebben bestaan. HR: Tll. voldoet aan vereisten van art. 261 Sv. Met name de daarin voorkomende woorden "wederrechtelijk zich heeft toegeëigend" hebben voldoende duidelijke feitelijke betekenis, te weten het zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester over eens anders goed beschikken. Volgt vernietiging en terugwijzing naar Rb.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen