HR 2 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV8280

OM-cassatie. Verduistering, art. 321 Sr? HR herhaalt relevante overweging uit HR LJN ZC8253 m.b.t. wederrechtelijk toe-eigenen. Het Hof heeft geoordeeld dat de geldbedragen die door de kopers zijn overgemaakt aan de verdachte/medeverdachte - de verkoper(s) - na ontvangst daarvan niet meer voor wederrechtelijke toe-eigening door de verdachte en/of haar medeverdachte vatbaar waren. Dat oordeel berust kennelijk op de opvatting dat in de enkele omstandigheid dat degene die krachtens overeenkomst een geldbedrag als koopsom heeft ontvangen (vervolgens) nalaat de door hem verschuldigde tegenprestatie te leveren, nog geen reden is te vinden om af te wijken van de uit het burgerlijk recht voortvloeiende regel dat de ontvangen koopsom na het effectueren van die betaling tot het vermogen van de (nalatige) verkoper is gaan behoren. Die opvatting is juist, zodat het middel faalt. Conclusie AG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen