Conclusie A-G Knigge 3 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1523
1. Slagende bewijsklacht verduistering. 2. Vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling, art. 15i Sr. De opvatting dat ingeval de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke vrijheidstelling in strijd met art. 15i.2 Sr niet "onverwijld" is ingediend, zulks dient te leiden tot de n-o verklaring van het OM in die vordering, is onjuist. De wet verbindt immers geen rechtsgevolg aan de niet-naleving van voormeld voorschrift, terwijl n-o verklaring van het OM ook niet voortvloeit uit de aard van het desbetreffende voorschrift. Dit laat overigens onverlet dat de rechter, mede gelet op het bepaalde in art. 6 EVRM omtrent de behandeling van de zaak binnen een redelijke termijn, andere gevolgtrekkingen kan verbinden aan de omstandigheid dat een vordering laat is ingediend. Beslissingen dienaangaande kunnen in cassatie slechts op hun begrijpelijkheid worden getoetst. 's Hofs oordeel dat de vordering niet zodanig laat is ingediend dat zulks dient te leiden tot de afwijzing van die vordering, is niet onbegrijpelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 18 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:926
- HR 3 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1572
- HR 26 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1430
- HR 9 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ6625
- Rb. Arnhem 18 januari 2012, ECLI:NL:RBARN:2012:BV1576
- Rb. Arnhem 15 juli 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BR3915
- HR 19 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK2880
- HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578
- HR 24 oktober 1989, ECLI:NL:HR:1989:ZC8253