HR 13 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:853
Faillissementsfraude door als bestuurder van rechtspersoon ter bedrieglijke verkorting van rechten van schuldeisers niet te voldoen aan administratieplicht (art. 343.4 (oud) Sr) en verduistering van twee leaseauto’s (art. 321 Sr). 1. Heeft verdachte opzet op verkorting van rechten van schuldeisers? 2. Bewijsklacht verduistering. Heeft verdachte zich auto’s wederrechtelijk heeft toegeëigend? Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt het middel. CAG: Uit bewijsvoering kan niet worden afgeleid dat verdachte door het niet voeren van administratie de aanmerkelijke kans heeft doen ontstaan dat rechten van schuldeisers werden verkort en dat hij die kans bewust heeft aanvaard. Ad 2. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:1989:ZC8253 m.b.t. betekenis ‘zich wederrechtelijk toe-eigenen’ a.b.i. art. 321 Sr. Uit bewijsvoering volgt dat verdachte als bestuurder van vennootschap 2 keer een leaseovereenkomst heeft gesloten en getekend met andere vennootschap. In leaseovereenkomsten staat verdachte als bestuurder van auto’s vermeld. Maandelijkse leasetermijnen zijn niet voldaan en auto’s zijn niet ingeleverd, ook niet na meerdere aanmaningen. Hieruit kan echter niet z.m. volgen dat verdachte zich betreffende auto’s wederrechtelijk heeft toegeëigend in hiervoor bedoelde zin. Bewezenverklaring is daarom ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl