Conclusie A-G Frielink 12 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:25

Conclusie plv-AG. Strafvervolging voormalig advocaat ter zake van gekwalificeerde verduistering van geld van een derdenrekening, valsheid in geschrift in vaststellingsovereenkomst en afleggen meinedige verklaring in civiele procedure. Zeven middelen van cassatie. Naar aanleiding van het eerste middel wordt geconcludeerd dat het oordeel van het hof dat er geen sprake is van een dusdanige betrokkenheid van het hof die maakt dat de zaak ex art. 62b RO naar een nader hof zou moeten verwezen, niet getuigt van een verkeerde rechtsopvatting. Het tweede, derde en vierde middel richten zich naar het oordeel van de plv-AG tevergeefs tegen de bewezenverklaringen. Deze zijn naar de eis der wet met redenen omkleed en toereikend en niet onbegrijpelijk gemotiveerd. Ten aanzien van het vijfde middel wordt geconcludeerd dat het hof heeft kunnen oordelen dat niet de vertegenwoordiger/enig bestuurder van de rechtspersoon zich heeft gevoegd als benadeelde partij, maar de rechtspersoon zelf en dat als een faillissement niet (zoals in HR 11 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2304) is beëindigd wegens een gebrek aan baten, maar doordat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, de benadeelde partij in die vordering kan worden ontvangen. In het zesde middel wordt tevergeefs opgekomen tegen de straftoemeting. De conclusie strekt tot vernietiging van het arrest, maar uitsluitend a) wat betreft de hoogte van de opgelegde straf wegens schending van de redelijke termijn in de cassatiefase (middel 7) en b). voor zover bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregel vervangende hechtenis is toegepast (subonderdeel middel 5). Ten aanzien van deze beide punten kan de Hoge Raad de zaak zelf afdoen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken