HR 7 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:32
Falende bewijsklacht verduistering, art. 321 Sr. “Wederrechtelijk zich heeft toegeëigend”. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1989:ZC8253. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte 1,5 jaar na het “lenen” van de geldbedragen het geld nog niet had teruggegeven ondanks zijn toezegging het geld binnen 1,5 uur respectievelijk dezelfde dag terug te brengen. Gelet hierop alsmede gelet op de omstandigheden waaronder verdachte het geld heeft geleend, heeft het Hof kennelijk afgeleid dat verdachte als heer en meester heeft beschikt over de geldbedragen. ’s Hofs oordeel dat verdachte zich aldus de bedragen wederrechtelijk heeft toegeëigend geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Conclusie AG: anders.
De uitspraak op rechtspraak.nl