Hof Amsterdam 16 november 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:3077
De verdachte van de terroristische aanslag op 31 augustus 2018 op Amsterdam CS is in hoger beroep veroordeeld tot gevangenisstraf van 25 jaren, vanwege de grote gevolgen voor de neergestoken Amerikaanse slachtoffers, de impact van de aanslag op de Nederlandse samenleving en vanwege het afschrikwekkende effect dat in huiveringwekkende gevallen als hier van strafoplegging moet uitgaan. De spijtbetuiging in hoger beroep levert de verdachte niets op. Het lijkt erop dat hij hiermee alleen maar een lagere straf wilde bewerkstelligen. Uitgebreide overwegingen omtrent de schadevergoedingsvorderingen. Aan het zwaarst getroffen slachtoffer wordt een bedrag van ruim 2.8 miljoen euro toegewezen. Daarbij heeft een grote rol gespeeld dat diens vordering namens de verdachte grotendeels niet (gemotiveerd) is betwist.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 241 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 27 Sr
- Artikel 36b Sr
- Artikel 36c Sr
- Artikel 36d Sr
- Artikel 36f Sr
- Artikel 45 Sr
- Artikel 57 Sr
- Artikel 83a Sr
- Artikel 289 Sr
- Artikel 359 Sv
- Artikel 361 Sv
- Artikel 421 Sv
- Artikel 422 Sv
- Artikel 532 Sv
- Artikel 6:4:20 Sv
- Artikel 6:83 BW6
- Artikel 6:96 BW6
- Artikel 6:106 BW6
- Artikel 40a Rtvi
Aangehaalde uitspraken
- Hof Arnhem-Leeuwarden 12 maart 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:2126
- HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793
- Hof Arnhem-Leeuwarden 8 mei 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:4193
- Rb. Rotterdam 11 januari 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:561
- HR 27 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2201
- HR 26 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP1279
- HR 9 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI8583
- HR 14 januari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR2760
- HR 20 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2149
- HR 9 augustus 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2117
- HR 17 februari 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD0945