Conclusie A-G Hartlief 22 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:485
Conclusie AG. Mallorcazaak. Zinloos en excessief uitgaansgeweld door groep Nederlandse jongeren. Vordering benadeelde partij (vriendin van door geweld omgekomen slachtoffer). Volgens onderdelen 1 en 2 is het oordeel van het hof dat verdachte op grond van groepsaansprakelijkheid (art. 6:166 BW) aansprakelijk is voor de schade die verband houdt met het overlijden van het omgekomen slachtoffer, onjuist of onbegrijpelijk. Deze onderdelen treffen geen doel volgens de AG. Onderdeel 3 richt zich tegen het oordeel van het hof dat de behandeling van de vordering van de vriendin van het omgekomen slachtoffer tot vergoeding van gederfd levensonderhoud geen onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Volgens onderdeel 4 heeft het hof zijn oordeel over de volledige toewijzing van de vordering van de vriendin bovendien ontoereikend gemotiveerd. De onderdelen 3 en 4 zijn (op één klacht van onderdeel 4 na) terecht voorgesteld volgens de AG. Conclusie strekt tot gedeeltelijke vernietiging van de bestreden uitspraak. Samenhang met 24/01167, 24/01178, 24/01181 en 24/01183.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 149 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 236 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 36f Sr
- Artikel 141 Sr
- Artikel 51f Sv
- Artikel 333 Sv
- Artikel 334 Sv
- Artikel 335 Sv
- Artikel 361 Sv
- Artikel 6:4:2 Sv
- Artikel 6:97 BW6
- Artikel 6:108 BW6
- Artikel 6:162 BW6
- Artikel 6:166 BW6
- Artikel 4:14 Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen
- Artikel 6 EVRM
Aangehaalde uitspraken
- HR 21 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:104
- Rb. Rotterdam 12 juli 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:6787
- HR 23 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:644
- HR 23 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:646
- Hof Arnhem-Leeuwarden 14 maart 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:1866
- Rb. Midden-Nederland 18 november 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:4615
- Hof Amsterdam 16 november 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:3077
- HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793
- Conclusie A-G Silvis 12 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:600
- HR 16 december 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU6089
- HR 25 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4362
- HR 4 juni 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC0986