HR 27 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2201

Toewijzing vordering b.p. (zoon van verdachte) t.z.v. shockschade n.a.v. doodslag op echtgenote van verdachte. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2002:AD5356 m.b.t. vereisten voor vergoeding van shockschade. ’s Hofs oordeel dat de gevorderde immateriële schade toewijsbaar is, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting, nu het Hof a.d.h.v. deze vereisten heeft onderzocht of in de bijzondere omstandigheden van dit geval daaraan is voldaan. ’s Hofs oordeel dat de directe confrontatie met het stoffelijk overschot van zijn - door verdachte van het leven beroofde - moeder bij de b.p. heeft geleid tot geestelijk letsel in de vorm van een medisch vastgesteld, in de psychiatrie erkend ziektebeeld, te weten een posttraumatisch stress syndroom, is, mede gelet op de gegevens die in het voegingsformulier en de bijbehorende stukken ter toelichting op de vordering van de b.p. zijn verstrekt, niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken