Rb. Midden-Nederland 19 januari 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:106
Deelgeschil. Letselschade. Meervoudig letsel na verkeersongeval (o.m. hoge dwarslaesie en hersenletsel). Betrokkene na negen maanden overleden. Aard en ernst letsel. Pijn, duur en intensiteit van verdriet en gederfde levensvreugde. Aard aansprakelijkheid. Gevolgen voor betrokkene van blijvende beperkingen en blijvend functieverlies (en bewustzijn daarvan). Vergelijking met door Nederlandse rechters toegekende bedragen aan immateriële schadevergoeding (art. 6:106 BW). Begroting smartengeld op € 200.000,-. Hoogstpersoonlijk karakter smartengeld – dat naar aard, karakter en doelstelling grote overeenkomst vertoont met vergoeding ter zake van affectieschade – brengt met zich dat smartengeld niet dient te worden betrokken in bepaling van uit artikel 6:108 lid 1 BW voortvloeiende overlijdensschade. Geen sprake van gunstige financiële omstandigheid, zoals aan de orde was in HR 4 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4719.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Hof Arnhem-Leeuwarden 26 januari 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:735
- Rb. Rotterdam 24 december 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:13006
- Rb. Midden-Nederland 2 december 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:5969
- Hof Amsterdam 16 november 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:3077
- Hof Arnhem-Leeuwarden 12 maart 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:2126
- Hof Den Haag 8 maart 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:532
- Rb. Overijssel 23 februari 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:944
- Rb. Midden-Nederland 6 februari 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ0813
- HR 20 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2149
- HR 17 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8358
- HR 4 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4719