HR 17 februari 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD0945

Dood door schuld in het verkeer, art. 6 WVW 1994. Vordering tot schadevergoeding van benadeelde partijen t.z.v. verschillende schadeposten 1. Is toegewezen schadepost “kosten dierenarts (hond)” het rechtstreekse gevolg van bewezenverklaard feit? 2. Had Hof b.p.’s niet-ontvankelijk had moeten verklaren in vordering tot schadevergoeding wat betreft de voor het eerst in hoger beroep opgevoerde schadepost “kosten notaris”? 3. Kan schadepost “kosten opvragen proces-verbaal” worden aangemerkt als rechtstreekse schade die is toegebracht door bewezenverklaard feit? 4. Afwijzing van voor het eerst in h.b. opgevoerde schadepost “examengeld”. Ad 1. Uit voor bewijs gebruikt p-v van politie heeft Hof kennelijk afgeleid, hetgeen niet onbegrijpelijk is, dat de aan slachtoffer toebehorende hond t.g.v. bewezenverklaarde gedragingen verwondingen heeft opgelopen waarvoor deze door dierenarts moest worden behandeld, zodat kosten die dierenarts daarvoor in rekening heeft gebracht schade oplevert die rechtstreeks gevolg is van hetgeen is bewezenverklaard. Dit oordeel geeft (gelet op wetsgeschiedenis m.b.t. begrip “rechtstreekse schade”) geen blijk van onjuiste rechtsopvatting en tot nadere motivering daarvan was Hof niet gehouden. Ad 2. Ex art. 421.3 Sv kan, v.zv. in eerste aanleg gevorderde schadevergoeding niet is toegewezen, b.p. zich in h.b. voegen binnen grenzen van haar eerste vordering. In het licht van wetsgeschiedenis bij art. 421.1 Sv moet de in deze wetsbepaling opgenomen beperking aldus worden uitgelegd dat b.p. in h.b. niet alsnog schadeposten mag opvoeren die zij in e.a. niet heeft opgevoerd en evenmin bedrag van de in e.a. wel opgevoerde schadeposten mag verhogen. Ad 3. HR ambtshalve: Gelet op hetgeen blijkens wetsgeschiedenis onder begrip “rechtstreekse schade” dient te worden verstaan geeft ‘s Hofs kennelijke oordeel dat door b.p.’s gevorderde schadevergoeding t.z.v. schadepost “kosten opvragen proces-verbaal” kan worden aangemerkt als rechtstreekse schade die is toegebracht door bewezenverklaarde, blijk van onjuiste rechtsopvatting. Hof heeft gezamenlijke vordering tot schadevergoeding van b.p.’s in zoverre derhalve ten onrechte ontvankelijk geacht en toegewezen. O.g.v. art. 361.5 Sv kan verdachte echter wel worden veroordeeld in deze door b.p.’s gemaakte kosten. Ad 4. HR ambtshalve: Gelet op wetsgeschiedenis bij art. 421.1 Sv, had hof de b.p.’s niet-ontvankelijk dienen te verklaren in hun gezamenlijke vordering voor wat betreft de voor het eerst in h.b. opgevoerde schadepost “examengeld” i.p.v. die vordering in zoverre af te wijzen. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. gezamenlijke vordering tot schadevergoeding van b.p.’s. HR wijst vordering b.p.’s toe t.z.v. schadeposten “kosten van lijkbezorging (begrafenis en grafzerk)” en “kosten dierenarts (hond)”.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen