HR 26 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP1279
Benadeelde partij. Art. 421.3 Sv. De benadeelde partij mag in hoger beroep niet alsnog schadeposten opvoeren die zij in eerste aanleg niet heeft opgevoerd en mag evenmin het bedrag van de in eerste aanleg gevorderde schadevergoeding verhogen (vgl. HR LJN ZD0945). De opvatting dat de strafrechter de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet verklaren in haar vordering, indien over die vordering door de burgerlijke rechter reeds is beslist of indien die vordering bij de burgerlijke rechter nog aanhangig is, vindt geen steun in het recht. Indien de door de benadeelde partij gevorderde schadevergoeding reeds geheel of gedeeltelijk bij vonnis van de burgerlijke rechter is toegewezen, kan de strafrechter na een daartoe strekkend verweer de benadeelde partij - in zoverre - in haar vordering niet-ontvankelijk verklaren bij gebrek aan belang. In aanmerking genomen hetgeen namens de verdachte omtrent de vordering van de benadeelde partij is aangevoerd, geeft het oordeel van het Hof dat de benadeelde partij ontvankelijk is in haar vordering met betrekking tot de desbetreffende posten, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het niet onbegrijpelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl