Conclusie A-G Hartlief 22 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:481
Conclusie AG. Mallorcazaak. Zinloos en excessief uitgaansgeweld door groep Nederlandse jongeren. Vorderingen benadeelde partijen (ouders en vriendin van omgekomen slachtoffer dat door het geweld in coma is geraakt en, zonder te ontwaken, na vijf dagen is overleden). Volgens middel I is het oordeel van het hof dat sprake is van groepsaansprakelijkheid in de zin van art. 6:166 BW, onbegrijpelijk. Volgens de AG kan dit oordeel van het hof in stand blijven. Volgens middel II heeft het hof ten onrechte geoordeeld dat de smartengeldvordering van het omgekomen slachtoffer vatbaar is voor vererving althans is dat oordeel niet zonder meer begrijpelijk. Ook is volgens het middel onbegrijpelijk dat het hof kennelijk heeft geoordeeld dat de behandeling van deze vordering geen onevenredige belasting van het strafproces oplevert. Middel III bevat vergelijkbare klachten over het oordeel van het hof over de vordering van de vriendin van het omgekomen slachtoffer tot vergoeding van gederfd levensonderhoud. Middel III treft doel volgens de AG, middel II niet. Conclusie strekt tot gedeeltelijke vernietiging van de bestreden uitspraak. Samenhang met 24/01178, 24/01181, 24/01183 en 24/01204.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 149 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 236 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 36f Sr
- Artikel 140 Sr
- Artikel 141 Sr
- Artikel 51f Sv
- Artikel 333 Sv
- Artikel 334 Sv
- Artikel 335 Sv
- Artikel 361 Sv
- Artikel 6:4:2 Sv
- Artikel 6:1 BW6
- Artikel 6:2 BW6
- Artikel 6:95 BW6
- Artikel 6:97 BW6
- Artikel 6:106 BW6
- Artikel 6:108 BW6
- Artikel 6:162 BW6
- Artikel 6:166 BW6
Aangehaalde uitspraken
- HR 21 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:104
- Rb. Rotterdam 12 juli 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:6787
- HR 23 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:644
- HR 23 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:646
- Hof Arnhem-Leeuwarden 14 maart 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:1870
- Rb. Midden-Nederland 18 november 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:4619
- Hof Amsterdam 16 november 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:3077
- HR 3 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1726
- Rb. Midden-Nederland 20 maart 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:1046
- Rb. Rotterdam 19 december 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:10069
- HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793
- Conclusie A-G Silvis 12 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:600
- HR 2 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:2914
- HR 3 februari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU5684
- HR 16 december 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU6089
- HR 29 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP4504
- HR 22 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8474
- HR 25 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4362
- HR 20 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2149
- HR 4 juni 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC0986