Art. 7.5.28 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

1. De gewezen verdachte of de veroordeelde kan een bezwaarschrift indienen bij de rechtbank Den Haag tegen de beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 7.5.14.

2. Het bezwaarschrift is gemotiveerd en wordt ingediend binnen twee weken nadat de gewezen verdachte of de veroordeelde kennis heeft gekregen van de beslissing op het verzoek. Het bezwaarschrift kan ook worden ingediend nadat een maand is verstreken sinds de indiening van het verzoek waarop nog niet is beslist. Bij de toepassing van artikel 5.2.1, tweede lid, wordt onder het openbaar ministerie verstaan Onze Minister.

3. Bij de toepassing van Boek 1, Titel 2.3, wordt in de artikelen 1.2.15, 1.2.16, 1.2.17, 1.2.18, 1.2.20, 1.2.21 en 1.2.24 onder het openbaar ministerie verstaan Onze Minister.

4. De rechtbank verklaart het bezwaarschrift niet-ontvankelijk of ongegrond dan wel gegrond. Indien de rechtbank het bezwaarschrift gegrond acht, beveelt zij de teruggave van het verschil.

Verwijst naar

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen