Art. 7.5.24 Wetboek van Strafvordering
1. Onze Minister en de veroordeelde kunnen beroep in cassatie instellen tegen de beslissing van de rechtbank, bedoeld in artikel 7.5.23, vierde lid.
2. Onze Minister kan beroep in cassatie instellen binnen twee weken na de beslissing. De veroordeelde kan beroep in cassatie instellen binnen twee weken na de betekening van de beslissing of, indien geen betekening hoeft plaats te vinden, binnen twee weken na de beslissing. De veroordeelde is in het beroep slechts ontvankelijk na voorafgaande zekerheidstelling van het nog verschuldigde bedrag en van alle kosten op de griffie van de rechtbank die de beslissing heeft genomen.
3. Bij de overeenkomstige toepassing van Boek 5, Afdelingen 5.1.2 en 5.1.3, geldt voor het ingestelde beroep hetgeen is bepaald voor een beroep dat is ingesteld door de verdachte.
4. De Hoge Raad beslist zo spoedig mogelijk.