Art. 7.5.23 Wetboek van Strafvordering
1. De veroordeelde kan een bezwaarschrift indienen bij de rechtbank tegen een dwangbevel tot verhaal.
2. Het bezwaarschrift is gemotiveerd en wordt ingediend binnen twee weken na de betekening van het dwangbevel. Indien het dwangbevel betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van een strafbeschikking, wordt het bezwaarschrift ingediend bij de rechtbank in het rechtsgebied van het adres van de veroordeelde. Als adres wordt aangemerkt het in de basisregistratie personen vermelde adres. Indien de veroordeelde niet als ingezetene staat ingeschreven in de basisregistratie personen, is de rechtbank Noord-Nederland bevoegd. Bij de toepassing van artikel 5.2.1, tweede lid, wordt onder het openbaar ministerie verstaan Onze Minister.
3. Bij de toepassing van Boek 1, Titel 2.3, wordt in de artikelen 1.2.15, 1.2.16, 1.2.17, 1.2.18, 1.2.20, 1.2.21 en 1.2.24 onder het openbaar ministerie verstaan Onze Minister.
4. De rechtbank verklaart het bezwaarschrift niet-ontvankelijk of ongegrond dan wel gegrond.
Verwijst naar
- Artikel 1.2.20 Wetboek van Strafvordering
- Artikel 1.2.15 Wetboek van Strafvordering
- Artikel 1.2.21 Wetboek van Strafvordering
- Artikel 1.2.16 Wetboek van Strafvordering
- Artikel 1.2.24 Wetboek van Strafvordering
- Artikel 1.2.17 Wetboek van Strafvordering
- Artikel 5.2.1 Wetboek van Strafvordering
- Artikel 1.2.18 Wetboek van Strafvordering