Art. 7.5.27 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

1. De gewezen verdachte kan een bezwaarschrift indienen bij de rechtbank tegen de beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 7.5.13.

2. Het bezwaarschrift is gemotiveerd en wordt ingediend binnen twee weken nadat de gewezen verdachte kennis heeft gekregen van de beslissing op het verzoek. Het bezwaarschrift kan ook worden ingediend wanneer een maand is verstreken sinds de indiening van het verzoek waarop nog niet is beslist.

3. Indien de ontnemingsschikking is aangegaan door de officier van justitie bij een arrondissementsparket, is de rechtbank in dat arrondissement bevoegd te oordelen over het bezwaarschrift. In andere gevallen is de rechtbank Den Haag bevoegd.

4. De rechtbank verklaart het bezwaarschrift niet-ontvankelijk of ongegrond dan wel gegrond. Indien de rechtbank het bezwaarschrift gegrond acht, beveelt zij de teruggave van betaalde geldbedragen of overgedragen voorwerpen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.

Verwijst naar

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen