Art. 7.6.3 Wetboek van Strafvordering
1. De officier van justitie kan de taakstraf wijzigen wat betreft de aard van de te verrichten werkzaamheden, bedoeld in artikel 22c, eerste lid, derde zin, van het Wetboek van Strafrecht, indien hij van oordeel is dat de veroordeelde de taakstraf niet geheel overeenkomstig de opgelegde straf kan of heeft kunnen verrichten. De officier van justitie benadert daarbij zoveel mogelijk de opgelegde taakstraf.
2. De officier van justitie geeft van de wijziging kennis aan de veroordeelde. De kennisgeving behelst het aantal uren taakstraf dat naar het oordeel van de officier van justitie is verricht, en de taakstraf zoals deze voor het overige nader is vastgesteld. De kennisgeving wordt zo spoedig mogelijk betekend aan de veroordeelde.