Art. 7.5.20 Wetboek van Strafvordering
1. De officier van justitie beslist over de toepassing van het dwangmiddel gijzeling indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt bij de tenuitvoerlegging van een bij vonnis of arrest opgelegde schadevergoedingsmaatregel.
2. De officier van justitie bepaalt de duur van de gijzeling, die ten minste één dag beloopt. De officier van justitie neemt daarbij in acht wat is bepaald bij de oplegging van de maatregel. Voorts houdt de officier van justitie rekening met gedeeltelijke betalingen die door de veroordeelde zijn verricht en met al genomen verhaal.
3. Gijzeling wordt niet toegepast indien de veroordeelde aannemelijk maakt dat hij buiten staat is te voldoen aan de verplichting tot betaling.
4. De gijzeling eindigt indien de veroordeelde het verschuldigde bedrag alsnog volledig voldoet. De gijzeling kan te allen tijde worden beëindigd door Onze Minister.
5. De toepassing van gijzeling heft de verschuldigdheid niet op.