Art. 7.3.12 Wetboek van Strafvordering
1. Indien de officier van justitie beslist tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling, gelast hij de verdere tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf door opneming van de veroordeelde in een inrichting.
2. Indien de voorwaardelijke invrijheidstelling gedeeltelijk is herroepen, wordt de veroordeelde opnieuw voorwaardelijk in vrijheid gesteld nadat het alsnog ten uitvoer te leggen gedeelte van de vrijheidsstraf is ondergaan.
3. Indien de officier van justitie niet beslist tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling, wordt de voorwaardelijke invrijheidstelling hervat.
4. Indien de voorwaardelijke invrijheidstelling is herroepen nadat de veroordeelde is aangehouden, wordt de vrijheidsstraf geacht te zijn hervat op de dag van de aanhouding.