Art. 62 Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring
Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring
1. De directeur kan, indien een vreemdeling betrokken is bij feiten die onverenigbaar zijn met de orde of de veiligheid in de inrichting dan wel met de ongestoorde tenuitvoerlegging van de vreemdelingenbewaring of indien een vreemdeling een bevel als bedoeld in artikel 5 niet opvolgt, de volgende disciplinaire maatregelen treffen:
a. opsluiting in een strafcel dan wel een andere verblijfsruimte voor ten hoogste twee weken;
b. ontzegging van bezoek voor ten hoogste twee weken, indien het feit plaatsvond in verband met bezoek van die persoon of personen;
c. uitsluiting van deelname aan een of meer bepaalde activiteiten voor ten hoogste twee weken;
d. oplegging van een geldboete tot een bedrag van ten hoogste tweemaal het wekelijks aan de vreemdeling verstrekte zakgeld, bedoeld in artikel 27.
2. De directeur bepaalt bij de oplegging van een geldboete tevens door welke andere disciplinaire maatregel deze zal worden vervangen, indien de boete niet binnen de daartoe door hem gestelde termijn is betaald.
3. De oplegging van disciplinaire maatregel laat onverlet de mogelijkheid voor de directeur om ter zake van de door de vreemdeling toegebrachte schade met hem een regeling te treffen.
4. Geen disciplinaire maatregel kan worden opgelegd, indien de vreemdeling voor het begaan van een feit als bedoeld in het eerste lid niet verantwoordelijk kan worden gesteld.
5. Indien een disciplinaire maatregel is opgelegd, wordt deze onverwijld ten uitvoer gelegd. De directeur kan bepalen dat een disciplinaire maatregel niet of slechts ten dele ten uitvoer wordt gelegd.