Art. 64 Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring

Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring

1. De vreemdeling aan wie de disciplinaire maatregel van opsluiting, bedoeld in artikel 62, eerste lid, onder a, is opgelegd, is uitgesloten van het deelnemen aan activiteiten, voor zover de directeur niet anders bepaalt en behoudens het dagelijks verblijf in de buitenlucht, bedoeld in artikel 23, tweede lid, onder e, of 36, tweede lid, onder d.

2. De directeur kan het contact met de buitenwereld gedurende het verblijf in de strafcel beperken of uitsluiten.

3. De directeur draagt zorg dat, ingeval de opsluiting in een strafcel ten uitvoer wordt gelegd en langer dan vierentwintig uren duurt, de commissie van toezicht en de aan de inrichting verbonden arts of diens vervanger terstond hiervan in kennis worden gesteld.

4. Onze Minister stelt nadere regels omtrent het verblijf in en de inrichting van de strafcel. Deze betreffen in elk geval de rechten die tijdens het verblijf in de strafcel aan de vreemdeling toekomen.

Verwijst naar

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen