Art. 36 Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring
Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring
1. In het beheersregime zijn de artikelen 21 tot en met 32 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de vreemdeling:
a. gedurende een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen periode met een maximum van zeventien uur per etmaal gehouden is in de gesloten verblijfsruimte te verblijven;
b. het recht heeft op een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen minimum aantal uren dagbesteding per week dat lager ligt dan in het verblijfsregime;
c. het recht heeft gedurende ten minste twee uur per week op in de huisregels vastgestelde tijden en plaatsen bezoek te ontvangen;
d. het recht heeft gedurende ten minste tien minuten per week te bellen en gebeld te worden.
2. De in het eerste lid, onder b, bedoelde dagbesteding bestaat in ieder geval uit:
a. kennisneming van het nieuws en het wekelijks gebruik maken van een bibliotheekvoorziening;
b. lichamelijke oefening en het beoefenen van sport gedurende ten minste twee maal drie kwartier per week, voor zover zijn gezondheid zich daar niet tegen verzet;
c. recreatieve activiteiten, gedurende ten minste zes uur per week;
d. dagelijks verblijf in de buitenlucht, gedurende ten minste een uur per dag.
3. In afwijking van het eerste lid, onder a, kan de vreemdeling gedurende activiteiten waaraan hij niet wenst deel te nemen, worden verplicht zich in de gesloten verblijfsruimte op te houden.