Art. 1 Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring

Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring

1. Voor de toepassing van deze wet en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:

afdeling: een afdeling van een inrichting;

afdeling voor bijzondere opvang: een afdeling voor bijzondere opvang als bedoeld in artikel 14;

ambtenaar of medewerker: een persoon die een taak uitoefent bij de tenuitvoerlegging van de vreemdelingenbewaring;

beheersregime: het regime, bedoeld in de artikelen 17, tweede lid, en 18;

beklagcommissie: een commissie als bedoeld in artikel 75;

beroepskamer tenuitvoerlegging vreemdelingenbewaring: de beroepskamer, bedoeld in artikel 85, tweede lid;

binnenkomstafdeling: de afdeling, bedoeld in artikel 17, eerste lid;

commissie van toezicht: een commissie van toezicht als bedoeld in artikel 8;

directeur: de directeur van de inrichting, bedoeld in artikel 4, derde of vierde lid;

familie: bij ministeriële regeling aangewezen groepen meerderjarige vreemdelingen die in een nauwe persoonlijke betrekking tot elkaar staan;

gesloten gezinsvoorziening: een afdeling als bedoeld in artikel 13, eerste lid;

gezin: bij ministeriële regeling aangewezen groepen vreemdelingen met ten minste één minderjarig kind, die in een nauwe persoonlijke betrekking tot elkaar staan;

gezinsregime: het regime dat geldt in de gesloten gezinsvoorziening;

gezinsverblijf: de verblijfsruimte als bedoeld in artikel 42, eerste lid;

huisregels: regels als bedoeld in artikel 5, tweede lid;

inrichting: een inrichting voor vreemdelingenbewaring als bedoeld in artikel 11, eerste lid;

kwetsbare personen: personen zoals gedefinieerd in artikel 21 van richtlijn nr. 2013/33/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming (PbEU L 180/96);

minderjarige: een persoon die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt;

niet-begeleide minderjarige: een persoon zoals gedefinieerd in artikel 2, onder e, van richtlijn nr. 2013/33/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming (PbEU L 180/96);

Onze Minister: Onze Minister van Justitie en Veiligheid;

Raad: de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming, bedoeld in de Instellingswet Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming;

rechtsbijstandverlener: de rechtsbijstandverlener, bedoeld in artikel 1 van de Wet op de rechtsbijstand;

relatieafdeling: een afdeling als bedoeld in artikel 13, tweede lid;

verblijfsregime: het regime, bedoeld in hoofdstuk 4, afdeling 1;

verblijfsruimte: een verblijfsruimte als bedoeld artikel 21, tweede lid;

vreemdeling: een vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000;

vreemdelingenbewaring: de bewaring, bedoeld in hoofdstuk 5, afdeling 2, van de Vreemdelingenwet 2000, alsmede de vrijheidsbenemende maatregel opgelegd met toepassing van artikel 6 of 6a van de Vreemdelingenwet 2000.

2. Een wijziging van artikel 2, onder e, of artikel 21 van richtlijn nr. 2013/33/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming (PbEU L 180/96) gaat voor de toepassing van de definities in het eerste lid gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven.

Verwijst naar

Toelichting

Volgende artikelen