Art. 11 Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring

Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring

1. Voor vreemdelingenbewaring wordt gebruik gemaakt van inrichtingen voor vreemdelingenbewaring.

2. In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister volgens de procedure van artikel 15 een vreemdeling onderbrengen in een inrichting die is aangewezen als penitentiaire inrichting in de zin van de Penitentiaire Beginselenwet indien bijzondere opvang of beveiliging noodzakelijk is in verband met de persoonlijkheid, dan wel de lichamelijke of de geestelijke gezondheidstoestand van de vreemdeling.

3. In vreemdelingenbewaring gestelde vreemdelingen worden gescheiden gehouden van ingeslotenen op strafrechtelijke titel.

4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de criteria voor plaatsing in een inrichting als bedoeld in het tweede lid.

5. De vreemdeling kan met het oog op overbrenging naar een inrichting voor vreemdelingenbewaring tijdelijk worden ondergebracht in een politiecellencomplex of in een cel van de Koninklijke marechaussee nadat hij in vreemdelingenbewaring is gesteld. De overbrenging geschiedt zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen vijf dagen nadat het besluit tot inbewaringstelling is genomen, behoudens zwaarwegende belangen en bijzondere omstandigheden.

Verwijst naar

Artikelen die hiernaar verwijzen

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen