Art. 85 Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring

Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring

1. Tegen de uitspraak van de beklagcommissie kunnen de directeur en de klager beroep instellen door het indienen van een beroepschrift. Het met redenen omklede beroepschrift moet uiterlijk op de zevende dag na die van de ontvangst van het afschrift van de uitspraak onderscheidenlijk na die van de mondelinge mededeling van de uitspraak worden ingediend.

2. Het beroepschrift wordt ingediend bij en behandeld door een door de Raad benoemde beroepskamer tenuitvoerlegging vreemdelingenbewaring van drie leden, die wordt bijgestaan door een secretaris.

3. Ten aanzien van de behandeling van het beroepschrift zijn de artikelen 73, derde lid, 75, vierde lid, 76, vijfde lid, 77, eerste, tweede en derde lid, 78 en 79, eerste, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de beroepskamer tenuitvoerlegging vreemdelingenbewaring kan bepalen dat:

a. de directeur en de klager uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld het beroepschrift schriftelijk toe te lichten;

b. de mondelinge opmerkingen ten overstaan van een lid van de beroepskamer tenuitvoerlegging vreemdelingenbewaring kunnen worden gemaakt;

c. ingeval bij een ander persoon mondeling inlichtingen worden ingewonnen, de directeur en de klager uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld schriftelijk de vragen op te geven die zij aan die persoon gesteld wensen te zien.

Verwijst naar

Artikelen die hiernaar verwijzen

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen