Art. 75 Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring
Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring
1. De vreemdeling doet beklag door de indiening van een klaagschrift bij de beklagcommissie bij de inrichting waar de beslissing waarover hij klaagt is genomen of waar hij over de omstandigheden van de vreemdelingenbewaring klaagt.
2. De indiening van het klaagschrift kan door tussenkomst van de directeur van de inrichting waar de vreemdeling verblijft geschieden. De directeur draagt in dat geval zorg dat het klaagschrift of, indien het klaagschrift zich in een envelop bevindt, de envelop van een dagtekening wordt voorzien, welke geldt als dag van indiening.
3. Het klaagschrift vermeldt zo nauwkeurig mogelijk de beslissing of omstandigheden waarover wordt geklaagd en de redenen van het beklag. Indien de vreemdeling omtrent de beslissing of omstandigheden waarover hij klaagt geen verzoek tot bemiddeling heeft gedaan, vermeldt hij de redenen hiervoor in het klaagschrift.
4. Indien de vreemdeling de Nederlandse taal niet voldoende beheerst kan hij het klaagschrift in een andere taal indienen. De voorzitter van de beklagcommissie kan bepalen dat het klaagschrift in de Nederlandse taal wordt vertaald. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de vergoeding van de voor de vertaling gemaakte kosten.
5. In geval van een klaagschrift op grond van artikel 73 wordt het klaagschrift uiterlijk op de zevende dag na die waarop de vreemdeling kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen ingediend. Een na afloop van deze termijn ingediend klaagschrift is niettemin ontvankelijk, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de vreemdeling in verzuim is geweest.
6. Indien een vreemdeling een verzoek tot bemiddeling als bedoeld in artikel 72 heeft gedaan, wordt, in afwijking van het vijfde lid, het klaagschrift ingediend uiterlijk op de zevende dag na die waarop de vreemdeling de schriftelijke mededeling van de bevindingen van de commissie van toezicht heeft ontvangen.