Art. 17 Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring
Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring
1. De vreemdeling verblijft na eerste binnenkomst zo kort mogelijk en voor ten hoogste een week op een binnenkomstafdeling. Deze periode kan in bijzondere omstandigheden eenmaal worden verlengd met een week indien dit noodzakelijk is met het oog op de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting.
2. Op de binnenkomstafdeling geldt het beheersregime.
3. Uiterlijk op de laatste dag van de in het eerste lid genoemde periode wordt de vreemdeling ondergebracht in het verblijfsregime, tenzij de directeur de vreemdeling op grond van artikel 18 onderbrengt in het beheersregime.
4. In afwijking van het tweede en derde lid geldt bij binnenkomst het verblijfsregime voor vreemdelingen als bedoeld in artikel 2, onder b, van Richtlijn 2013/33/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming (PbEU 2013, L 180/96) die op grond van de artikelen 6 en 6a van de Vreemdelingenwet 2000 in vreemdelingenbewaring zijn gesteld.