Art. 12 Algemene Overeenkomst betreffende de privileges en immuniteiten van de Internationale Politie Organisatie - INTERPOL, Droit de séjour
Aucune personne jouissant des privilèges et immunités prévus par le présent Accord ne saurait être obligée par le gouvernement d’un État Partie à ce dernier de quitter son territoire pendant l’exercice de ses fonctions officielles, sauf si l’État en question détermine qu’il a été fait un usage abusif des privilèges et immunités qui lui sont accordés en vertu du présent Accord.
Vorige artikelen
- Artikel 7 Algemene Overeenkomst betreffende de privileges en immuniteiten van de Internationale Politie Organisatie - INTERPOL
- Artikel 8 Algemene Overeenkomst betreffende de privileges en immuniteiten van de Internationale Politie Organisatie - INTERPOL
- Artikel 9 Algemene Overeenkomst betreffende de privileges en immuniteiten van de Internationale Politie Organisatie - INTERPOL
- Artikel 10 Algemene Overeenkomst betreffende de privileges en immuniteiten van de Internationale Politie Organisatie - INTERPOL
- Artikel 11 Algemene Overeenkomst betreffende de privileges en immuniteiten van de Internationale Politie Organisatie - INTERPOL
Volgende artikelen
- Artikel 13 Algemene Overeenkomst betreffende de privileges en immuniteiten van de Internationale Politie Organisatie - INTERPOL
- Artikel 14 Algemene Overeenkomst betreffende de privileges en immuniteiten van de Internationale Politie Organisatie - INTERPOL
- Artikel 15 Algemene Overeenkomst betreffende de privileges en immuniteiten van de Internationale Politie Organisatie - INTERPOL
- Artikel 16 Algemene Overeenkomst betreffende de privileges en immuniteiten van de Internationale Politie Organisatie - INTERPOL
- Artikel 17 Algemene Overeenkomst betreffende de privileges en immuniteiten van de Internationale Politie Organisatie - INTERPOL