Art. 32 PCT, Uitbreiding van de rechtsgevolgen van de internationale aanvrage tot bepaalde opvolgerstaten

Verdrag tot samenwerking inzake octrooien (PCT)

32.1. Uitbreiding van de internationale aanvrage tot een opvolgerstaat

a. De rechtsgevolgen van een internationale aanvrage waarvan de datum van internationale indiening valt in de in paragraaf b omschreven periode, kunnen worden uitgebreid tot een Staat („de opvolgerstaat”) waarvan het grondgebied vóór de onafhankelijkheid van die Staat deel uitmaakte van het grondgebied van een in de internationale aanvrage aangewezen Verdragsluitende Staat die vervolgens is opgehouden te bestaan (de „voorgangerstaat”), op voorwaarde dat de opvolgerstaat Verdragsluitende Staat is geworden door middel van de nederlegging bij de Directeur-Generaal van een verklaring van voortgezette gebondenheid, ertoe strekkende dat het Verdrag wordt toegepast door de opvolgerstaat.

b. Het in paragraaf a bedoelde tijdvak begint op de dag volgend op de laatste dag van het bestaan van de voorgangerstaat en eindigt twee maanden na de datum waarop de in paragraaf a bedoelde verklaring door de Directeur-Generaal ter kennis is gebracht van de Regeringen van de Staten die partij zijn bij het Verdrag van Parijs tot Bescherming van de Industriële Eigendom. Wanneer de onafhankelijkheidsdatum van de opvolgerstaat echter eerder valt dan de datum van de dag volgend op de laatste dag van het bestaan van de voorgangerstaat, kan de opvolgerstaat verklaren dat bedoeld tijdvak begint op de datum van haar onafhankelijkheid; deze verklaring dient te worden afgegeven te zamen met de in paragraaf a bedoelde verklaring en de onafhankelijkheidsdatum dient daarin te zijn genoemd.

c. Gegevens over internationale aanvragen waarvan de indieningsdatum valt binnen de ingevolge paragraaf b. van toepassing zijnde periode en waarvan de rechtsgevolgen worden uitgebreid tot de opvolgerstaat, worden door het Internationaal Bureau gepubliceerd in het mededelingenblad.

32.2. Rechtsgevolgen van de uitbreiding tot de opvolgerstaat

a. Wanneer de rechtsgevolgen van de internationale aanvrage in overeenstemming met Regel 32.1 worden uitgebreid tot de opvolgerstaat,

i. wordt de opvolgerstaat beschouwd als te zijn aangewezen in de internationale aanvrage, en

ii. wordt de ingevolge de artikelen 22 of 39, eerste lid, geldende termijn met betrekking tot die Staat verlengd tot het verstrijken van ten minste zes maanden te rekenen vanaf de datum van publicatie van de gegevens ingevolge Regel 32.1 c.

b. De opvolgerstaat kan een termijn vaststellen die later verstrijkt dan de in paragraaf a ii voorziene termijn. Het Internationaal Bureau publiceert de informatie inzake dergelijke termijnen in het mededelingenblad.

Verwijst naar

Artikelen die hiernaar verwijzen

Vorige artikelen

Volgende artikelen