Art. 15 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966, Luikopeningen gesloten door middel van wegneembare luiken en waterdicht gemaakt met presennings en schalminrichtingen
Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
1. De breedte voor elk draagvlak voor luiken moet ten minste 65 mm zijn.
2. Wanneer de luiken van hout zijn, moet de dikte na afwerking ten minste 60 mm bedragen voor een overspanning van niet meer dan 1,5 m.
3. Wanneer de luiken van staal zijn gemaakt, moet de sterkte ervan worden berekend in overeenstemming met de vereisten van voorschrift 16, lid 2 tot en 4, en mag het product van de aldus berekende maximumtrekspanning en de factor 1,25 niet meer bedragen dan de minimumtreksterkte van het materiaal. Zij moeten zodanig zijn ontworpen dat de doorbuiging bij de aangenomen belasting niet meer bedraagt dan 0,0056 maal de overspanning.
4. Wanneer wegneembare luikschilden voor de ondersteuning van de luiken van staal zijn gemaakt, moet de sterkte ervan worden berekend met een aangenomen belasting van ten minste 3,5 t/m2 wat betreft de luiken op een plaats van categorie 1 en met een aangenomen belasting van ten minste 2,6 t/m2 wat betreft luiken op een plaats van categorie 2 en het product van de aldus berekende maximumtrekspanning en de factor 1,47 mag niet groter zijn dan de minimumtreksterkte van het materiaal. Zij moeten zodanig zijn ontworpen dat de doorbuiging bij de aangenomen belasting niet meer bedraagt dan 0,0044 maal de overspanning.
5. De aangenomen belasting voor luiken op een plaats van categorie 1 kan worden verlaagd tot 2 t/m2 voor schepen met een lengte van 24 m en mag niet minder zijn dan 3,5 t/m2 voor schepen met een lengte van 100 m. De overeenkomstige belastingen voor luiken op een plaats van categorie 2 kunnen worden verlaagd tot respectievelijk 1,5 t/m2 en 2,6 t/m2. In alle gevallen moeten de waarden voor de tussenliggende lengten worden verkregen door middel van lineaire interpolatie.
6. Wanneer pontonluiken die worden gebruikt in plaats van wegneembare luikschilden en luiken, gemaakt zijn van staal moet de sterkte ervan worden berekend in overeenstemming met de vereisten van voorschrift 16, leden 2 tot en met 4, en mag het product van de aldus berekende maximumtrekspanning en de factor 1,47 niet meer bedragen dan de minimumtreksterkte van het materiaal. Zij moeten zodanig zijn ontworpen dat de doorbuiging niet meer bedraagt dan 0,0044 maal de overspanning. Beplating van staal die de bovenkant vormt van luiken moet een minimumdikte hebben van 1% van de onderlinge afstand tussen de verstijvingen, ofwel 6 mm, indien dit meer is.
7. De sterkte en stijfheid van niet van staal vervaardigde luiken moeten gelijkwaardig zijn aan de sterkte en stijfheid van staal ten genoegen van de Administratie.
8. De stroppen of schoenen voor wegneembare luikschilden moeten van deugdelijke constructie en zodanig uitgevoerd zijn dat doelmatige aanbrenging en bevestiging van de luikschilden mogelijk is. Wanneer verrijdbare luikschilden worden gebruikt, moet er zorg voor worden gedragen dat de luikschilden goed op hun plaats blijven wanneer het luik gesloten is.
9. De schalmlippen moeten eenzelfde tapsheid ten opzichte van de luikhoofdplaat hebben als de keggen. Zij moeten ten minste 65 mm breed zijn en op afstanden van niet meer dan 600 mm van hart tot hart zijn geplaatst. De schalmlippen langs elke zijde of elk einde mogen niet verder dan 150 mm van de hoeken van de luikhoofden verwijderd zijn.
10. Schalmlatten en keggen moeten deugdelijk en in goede staat zijn. De keggen moeten van hardhout of van een ander gelijkwaardig materiaal zijn vervaardigd. De tapsheid mag niet meer bedragen dan 1 op 6; aan het dunste einde moet de dikte ten minste 13 mm bedragen.
11. Voor elk laadhoofd op de plaatsen van categorie 1 en 2 moeten ten minste twee presennings in goede staat aanwezig zijn. De presennings moeten waterdicht en voldoende sterk zijn. Zij moeten van een materiaal zijn dat ten minste van een goedgekeurd standaardgewicht of van een goedgekeurde standaardkwaliteit is.
12. Voor alle luiken op de plaatsen van categorie 1 en 2 moeten stalen strippen of gelijkwaardige middelen aanwezig zijn teneinde elke sectie luiken nadat de presennings zijn aangebracht en geschalmd op een deugdelijke en onafhankelijke wijze vast te zetten. Luiken die meer dan 1,5 m lang zijn, moeten worden vastgezet door ten minste twee van zulke vastzetmiddelen.
Vorige artikelen
- Artikel 11 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 12 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 13 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 14 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 14-1 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
Volgende artikelen
- Artikel 16 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 17 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 18 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 19 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 20 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966