Art. 14-1 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966, Luikhoofden
Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
1. De hoofden en luikopeningen moeten in overeenstemming met hun plaats van deugdelijke constructie zijn en de hoogte boven het dek moet ten minste zijn als volgt:
a. 600 mm indien zij zich bevinden op een plaats van categorie 1; en
b. 450 mm indien zij zich bevinden op een plaats van categorie 2.
2. In het geval van luikopeningen die voldoen aan voorschrift 16, leden 2 tot en met 5, mag de hoogte van deze luikhoofden worden verminderd, of mogen de hoofden geheel achterwege worden gelaten, op voorwaarde dat de Administratie ervan overtuigd is dat de veiligheid van het schip daardoor in alle omstandigheden op zee onaangetast blijft.
Vorige artikelen
- Artikel 10 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 11 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 12 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 13 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 14 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
Volgende artikelen
- Artikel 15 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 16 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 17 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 18 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 19 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966