Art. 11 IVRK
Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK)
1. De Staten die partij zijn, nemen maatregelen ter bestrijding van de ongeoorloofde overbrenging van kinderen naar en het niet doen terugkeren van kinderen uit het buitenland.
2. Hiertoe bevorderen de Staten die partij zijn het sluiten van bilaterale of multilaterale overeenkomsten of het toetreden tot bestaande overeenkomsten.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Den Haag 18 december 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:2675
- Rb. 's-Gravenhage 20 augustus 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BK0693
- Rb. 's-Gravenhage 6 oktober 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BG0940
- Rb. 's-Gravenhage 23 april 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BD0875
- Rb. Leeuwarden 28 juli 2011, ECLI:NL:RBLEE:2011:BR4907
- Rb. Gelderland 15 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:329
- Rb. Den Haag 3 december 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:13776
- Rb. Den Haag 30 september 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:10205
- Rb. Den Haag 15 februari 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:1640
- Rb. Den Haag 26 juni 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:7335
- Hof Den Haag 16 februari 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:259