Art. 13 IVRK
Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK)
1. Het kind heeft het recht op vrijheid van meningsuiting; dit recht omvat mede de vrijheid inlichtingen en denkbeelden van welke aard ook te vergaren, te ontvangen en door te geven, ongeacht landsgrenzen, hetzij mondeling, hetzij in geschreven of gedrukte vorm, in de vorm van kunst, of met behulp van andere media naar zijn of haar keuze.
2. De uitoefening van dit recht kan aan bepaalde beperkingen worden gebonden, doch alleen aan de beperkingen die bij de wet zijn voorzien en die nodig zijn:
a. voor de eerbiediging van de rechten of de goede naam van anderen; of
b. ter bescherming van de nationale veiligheid of van de openbare orde, de volksgezondheid of de goede zeden.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Den Haag 26 februari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:2300
- Conclusie A-G Moltmaker 29 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2373
- Rb. Den Haag 1 oktober 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:14328
- ABRvS 23 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2760
- Rb. Den Haag 22 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:16117
- Conclusie A-G Langemeijer 3 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1854