Art. 103 VWEU, REGELS VOOR DE ONDERNEMINGEN
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)
1. De verordeningen of richtlijnen dienstig voor de toepassing van de beginselen neergelegd in de artikelen 101 en 102 worden door de Raad, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement, vastgesteld.
2. De in lid 1 bedoelde voorschriften hebben met name ten doel:
a. nakoming van de in artikel 101, lid 1, en in artikel 102 bedoelde verbodsbepalingen te verzekeren door de instelling van geldboeten en dwangsommen;
b. de wijze van toepassing van artikel 101, lid 3, vast te stellen met inachtneming van de noodzaak, enerzijds een doeltreffend toezicht te verzekeren, anderzijds de administratieve controle zoveel mogelijk te vereenvoudigen;
c. in voorkomende gevallen, de werkingssfeer van de bepalingen van de artikelen 101 en 102 voor de verschillende bedrijfstakken nader vast te stellen;
d. de taak van de Commissie onderscheidenlijk van het Hof van Justitie van de Europese Unie bij de toepassing van de in dit lid bedoelde bepalingen vast te stellen;
e. de verhouding vast te stellen tussen de nationale wetgevingen enerzijds en de bepalingen van deze afdeling, alsmede de uitvoeringsbepalingen van dit artikel anderzijds.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Amsterdam 1 mei 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:3394
- Rb. Amsterdam 18 september 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:9966
- Rb. Rotterdam 18 november 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:13748
- Rb. Rotterdam 18 november 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:13747
- Rb. Rotterdam 24 juli 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:10984
- Rb. Amsterdam 1 mei 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:10663
- Conclusie A-G Keus 20 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:875
- Conclusie A-G WATTEL 12 augustus 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO6770
- Conclusie A-G WATTEL 7 januari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BL0225
- Conclusie A-G WATTEL 7 januari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BL0221
- Conclusie A-G WATTEL 7 januari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BL0214