Art. 105 VWEU, REGELS VOOR DE ONDERNEMINGEN
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)
1. Onverminderd het in artikel 104 bepaalde, waakt de Commissie voor de toepassing van de in de artikelen 101 en 102 neergelegde beginselen. Op verzoek van een lidstaat of ambtshalve, en in samenwerking met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, welke haar daarbij behulpzaam zijn, stelt zij een onderzoek in naar de gevallen van vermoedelijke inbreuk op bovengenoemde beginselen. Indien haar blijkt dat inbreuk is gepleegd, stelt zij passende middelen voor om daaraan een eind te maken.
2. Wordt aan deze inbreuken geen eind gemaakt, dan stelt de Commissie de inbreuk op de beginselen in een met redenen omkleed besluit vast. Zij kan haar besluit bekendmaken en de lidstaten machtigen de noodzakelijke tegenmaatregelen, waarvan zij de voorwaarden en de wijze van toepassing bepaalt, te treffen om de toestand te verhelpen.
3. De Commissie kan verordeningen vaststellen betreffende groepen overeenkomsten ten aanzien waarvan de Raad overeenkomstig artikel 103, lid 2, onder b), een verordening of een richtlijn heeft vastgesteld.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Amsterdam 10 maart 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:713
- Hof Amsterdam 10 maart 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:714
- Rb. Amsterdam 11 september 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:9965
- Rb. Amsterdam 1 mei 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:3394
- Rb. Amsterdam 18 september 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:9966
- Rb. Amsterdam 1 mei 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:10663