Rb. Rotterdam 24 juli 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:10984
Voorlopige voorziening in verband met lastoplegging door de ACM aan American Express omdat zij aan KLM in het kader van haar co-brandingsamenwerking een vergoeding betaalt die per transactie meer bedraagt dan 0,3% van de transactiewaarde als bedoeld in artikel 4 in verbinding met artikel 5 van Verordening (EU) 2015/751. Voorts wordt verzocht om schorsing van het publicatiebesluit. Op basis van de Overeenkomst betaalt Amex aan KLM een vergoeding voor Miles die aan Amex worden geleverd. Amex dient die Miles vervolgens op de door KLM vastgestelde voorwaarden aan kaarthouders in het kader van het loyaliteitsprogramma toe te kennen bij aankopen met de kredietkaart. Vooralsnog acht de voorzieningenrechter het zeker niet uitgesloten dat de vergoedingen voor Miles moeten worden beschouwd als een bruto-vergoeding en dat in tegengestelde richting de kosten die bestaan uit de waarde van de door KLM aan Amex verstrekte – en door Amex vervolgens aan de kaarthouder toegekende – Miles daarop in mindering moeten worden gebracht. ACM heeft nagelaten dit te doen met de tekortschietende motivering dat de Miles niet ten goede komen aan Amex, maar aan de kaarthouder. De lastoplegging lijdt daarom naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter aan een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 10 Wob
- Artikel 3:4 Awb
- Artikel 4:8 Awb
- Artikel 5:4 Awb
- Artikel 5:32a Awb
- Artikel 8:29 Awb
- Artikel 8:85 Awb
- Artikel 8:87 Awb
- Artikel 1:1 Wft
- Artikel 1:25a Wft
- Artikel 1:79 Wft
- Artikel 4 Besluit uitvoering EU-verordeningen financiële markten
- Artikel 2 Instellingswet Autoriteit Consument en Markt
- Artikel 12j Instellingswet Autoriteit Consument en Markt
- Artikel 12v Instellingswet Autoriteit Consument en Markt
- Artikel 103 VWEU
- Artikel 114 VWEU
- Artikel 288 VWEU
- Artikel 5