Rb. Rotterdam 9 december 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BO7259

AFM heeft eiser een bestuurlijke boete opgelegd wegens bemiddeling zonder te beschikken over een vergunning als bedoeld in artikel 2:80 Wft. Voorts heeft AFM nadien op grond van een negatief betrouwbaarheidsoordeel de aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2:80 Wft afgewezen. Het beroep van eiser op AVAS slaagt niet. Eiser mocht niet afgaan op juridisch advies dat het bemiddelen in (natura) uitvaartverzekeringen niet vergunningplichtig zou zijn. De wet is op dit punt duidelijk. Bovendien heeft eiser ook bemiddeld in andere financiële producten. Gelet op de eerdere afgewezen aanvraag inzake bemiddeling in verzekeringen en berichtgeving nadien van AFM had eiser op zijn tellen moeten passen. Eiser heeft zich dan ook willens en wetens blootgesteld aan het aanmerkelijke risico dat hij artikel 2:80, eerste lid, van de Wft overtrad. De rechtbank acht de bestuurlijke boete die door AFM is gematigd tot € 24.000 evenredig. Voorts is de rechtbank van oordeel dat AFM de tweede vergunningaanvraag heeft kunnen afwijzen op grond van een negatief betrouwbaarheidsoordeel. De antecedenten, waaronder de zojuist beoordeelde boeteoplegging, bieden voldoende grondslag voor dit oordeel. Het beroep op het vertrouwens- en het gelijkheidsbeginsel slaagt in beide zaken niet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen