Art. 14 Besluit FE, Vervreemding aandelen, bedrijfsfusie, fusie of splitsing: moment vervreemding, overdracht of overgang; verschuiving ontvoegingstijdstip naar aanvang boekjaar
Besluit fiscale eenheid 2003 (Besluit FE)
1. Indien aandelen in een dochtermaatschappij worden vervreemd en in samenhang daarmee de fiscale eenheid ten aanzien van die dochtermaatschappij op dat tijdstip eindigt, wordt die vervreemding geacht plaats te vinden na de ontvoeging van die dochtermaatschappij.
2. Indien een maatschappij als aangeduid in het vierde lid is betrokken bij een bedrijfsfusie, fusie of splitsing en in samenhang daarmee de fiscale eenheid ten aanzien van die maatschappij eindigt op hetzelfde tijdstip als waarop de overdracht of overgang van de vermogensbestanddelen plaatsvindt, wordt die overdracht of overgang geacht plaats te vinden na de ontvoeging van die maatschappij.
3. Indien een maatschappij als aangeduid in het vierde lid is betrokken bij een fusie of splitsing en in samenhang daarmee de fiscale eenheid ten aanzien van die maatschappij eindigt, wordt op verzoek het ontvoegingstijdstip gesteld op de aanvang van het boekjaar waarin de fusie of splitsing plaatsvindt, mits:
a. de verantwoording van de financiële gegevens van de verdwijnende, onderscheidenlijk splitsende, rechtspersoon in de jaarrekening van de verkrijgende rechtspersoon of verkrijgende rechtspersonen, opgesteld volgens de bepalingen van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel een daarmee vergelijkbare buitenlandse wettelijke regeling, eveneens vanaf dat tijdstip plaatsvindt;
b. de datum waarop de fusie of splitsing van kracht wordt volgens het recht dat de fusie, onderscheidenlijk splitsing, beheerst binnen twaalf maanden na de aanvang van dat boekjaar ligt; en
c. met het verschuiven van het ontvoegingstijdstip geen incidenteel fiscaal voordeel wordt beoogd of behaald.
4. Het tweede en derde lid zijn van toepassing indien:
a. de maatschappij als overdrager of overnemer is betrokken bij een bedrijfsfusie als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de wet;
b. de maatschappij als splitsende rechtspersoon is betrokken bij een splitsing als bedoeld in artikel 14a, eerste lid, van de wet;
c. de maatschappij als verdwijnende of verkrijgende rechtspersoon is betrokken bij een fusie als bedoeld in artikel 14b, eerste lid, van de wet.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 23 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1190
- Conclusie A-G Wattel 31 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:102
- HR 27 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3369
- HR 11 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY0612
- Rb. Den Haag 25 juli 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:11822
- Conclusie A-G Wattel 17 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1135
- Conclusie A-G Wattel 6 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:72
- Conclusie A-G WATTEL 9 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX6705
- Hof Den Haag 28 mei 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:1841
- Rb. Haarlem 21 december 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BY9775
- Rb. Haarlem 16 februari 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BV9029
- Rb. Den Haag 26 februari 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:3129
- Rb. Breda 14 februari 2012, ECLI:NL:RBBRE:2012:BV9137
- Rb. Arnhem 22 november 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BU5190
- Rb. Arnhem 30 november 2010, ECLI:NL:RBARN:2010:BO5344
- Rb. Amsterdam 31 januari 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:825
- Conclusie A-G Wattel 31 juli 2017, ECLI:NL:PHR:2017:727
- Conclusie A-G Wattel 1 oktober 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2197
- Conclusie A-G WATTEL 11 januari 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BY0612
- Conclusie A-G WATTEL 25 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:606