Art. 5.4 VB, Vrijheidsbeperkende maatregelen
Vreemdelingenbesluit 2000 (VB)
1. De vreemdeling aan wie een maatregel van beperking van vrijheid van beweging, bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de Wet is opgelegd, kan Onze Minister om toestemming verzoeken om tijdelijk buiten de toegewezen plaats te verblijven.
2. De beslissing op het verzoek om toestemming wordt objectief en onpartijdig genomen op basis van de merites van elk afzonderlijk geval. Bij afwijzing van het verzoek worden de redenen daartoe vermeld in de beslissing.
3. De vreemdeling heeft geen toestemming nodig om afspraken met autoriteiten en rechterlijke instanties na te komen indien zijn aanwezigheid daarvoor vereist is. De vreemdeling stelt Onze Minister vooraf van dergelijke afspraken in kennis.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 25 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2795
- ABRvS 13 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1813
- ABRvS 10 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO8075
- Rb. Den Haag 3 juni 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:5474
- Rb. Den Haag 28 september 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:10658
- ABRvS 7 oktober 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO0985
- ABRvS 23 maart 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AT3336
- Rb. Den Haag 28 oktober 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:11419
- ABRvS 5 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3483
- Rb. 's-Gravenhage 4 februari 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BL4380
- Rb. Den Haag 26 januari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:958
- Rb. Den Haag 26 april 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:4882
- ABRvS 13 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1815
- ABRvS 30 augustus 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR6663
- ABRvS 19 oktober 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO1575
- ABRvS 27 september 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE9037
- ABRvS 19 juni 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE6675
- ABRvS 25 oktober 2001, ECLI:NL:RVS:2001:AD6142
- Rb. 's-Gravenhage 20 augustus 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BX5425
- Rb. 's-Gravenhage 19 januari 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BP1563