ABRvS 10 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO8075
Vreemdelingenbewaring / aanwijzing van plaats of ruimte voor uitvoering van maatregel, bezien in licht van aldaar geldende regime / regime detentieboot / medische zorg Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer uitspraak van 28 april 2005 in zaak nr. 200410273/1, JV 2005/308), dient de rechtbank zich bij de beoordeling van de tenuitvoerlegging van een maatregel in de zin van artikel 94, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) te beperken tot een oordeel over de aanwijzing van de plaats of ruimte voor de uitvoering van de maatregel, bezien in het licht van het daar geldende regime. Daarbij gaat het dus om de aanwijzing van de inrichtingscategorie, waartoe die plaats of ruimte behoort, zoals in dit geval een huis van bewaring, waarvan bij algemeen verbindend voorschrift is bepaald dat daarin personen in vreemdelingenbewaring kunnen worden opgenomen en waarvoor een regime is vastgesteld. Voor zover een vreemdeling bij een door hem tegen de oplegging van de maatregel ingesteld beroep klaagt over de toepassing van dat regime op de locatie waar die maatregel ten uitvoer wordt gelegd, valt die klacht buiten het in artikel 94, vierde lid, van de Vw 2000 in samenhang met artikel 5.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (hierna: het Vb 2000) aangegeven toetsingskader en kan deze reeds daarom niet tot gegrondbevinding van dat beroep leiden. Aangezien de vraag of de in de detentieboot te Zaandam geboden medische zorg adequaat is, uitsluitend betrekking heeft op de verblijfsomstandigheden op de detentieboot en aldus de aldaar gegeven toepassing aan het voor de desbetreffende inrichtingscategorie vastgestelde regime betreft, heeft de rechtbank daarin, gelet op het voorgaande, ten onrechte aanleiding gevonden de opheffing van de maatregel van bewaring te bevelen. De grief slaagt.
De uitspraak op rechtspraak.nl