Rb. 's-Gravenhage 19 januari 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BP1563
Bewaring/Terugkeerrichtlijn/verlengingsbesluit/1:3 Awb/termijn verlenging/ Ten aanzien van het beroep voor zover gericht tegen het verlengingsbesluit: Alvorens wordt toegekomen aan de vraag of een artikel van de Terugkeerrichtlijn rechtstreekse werking heeft, dient te worden nagegaan of het van toepassing zijnde nationale recht richtlijnconform kan worden geïnterpreteerd (zie oa Afdeling 29 augustus 2007, AB 2007,339) Artikel 59 kent - behoudens hier niet ter zake doende uitzonderingen - geen maximale duur van bewaring. Richtlijnconforme interpretatie leidt ertoe dat die bepaling thans aldus moet worden uitgelegd dat bewaring op grond van artikel 59 in beginsel niet langer mag duren dan zes maanden, en dat verlenging van die termijn alleen mogelijk is indien een van de omstandigheden, genoemd in artikel 15, zesde lid van de Terugkeerrichtlijn zich voordoet. Die bepaling dwingt er voorts niet toe dat aan verlenging van de duur van de bewaring een besluit ten grondslag ligt. Daaruit volgt dat het verlengingsbesluit is te beschouwen als een mededeling van verweerder dat en waarom de bewaring na ommekomst van zes maanden wordt voortgezet. Het verlengingsbesluit brengt namelijk geen wijziging in de rechtspositie van eiser, noch in de rechtsbetrekking tussen eiser en verweerder, en is niet gericht op enig rechtsgevolg. Het is daarom niet aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, en de rechtbank is niet bevoegd te oordelen over het beroep, voor zover dat is gericht tegen het verlengingsbesluit. Ten aanzien van het beroep voor zover gericht tegen voortduren bewaring: Verder heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser niet de actieve en volledige medewerking aan zijn uitzetting verleent die van hem mag worden verwacht, en dat (mede) als gevolg daarvan de nodige documentatie uit zijn land van herkomst op zich laat wachten. Aldus wordt voldaan aan de in artikel 15, zesde lid, van de Terugkeerrichtlijn genoemde voorwaarden voor verlenging van de bewaring. De tekst van artikel 15, zesde lid, van de Terugkeerrichtlijn dwingt niet tot de conclusie dat bij verlenging van de termijn van bewaring verweerder is gehouden te onderzoeken of kan worden volstaan met een kortere termijn dan de toegestane duur van ten hoogste twaalf maanden. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat op grond van nationaal recht verweerder ook voor het verstrijken van die termijn de bewaring kan opheffen, en dat eiser op elk moment de rechter kan verzoeken de opheffing van de maatregel te bevelen.
De uitspraak op rechtspraak.nl