ABRvS 19 oktober 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO1575
Vreemdelingenbewaring / tenuitvoerlegging in AC Schiphol / artikel 5.4 Vb 2000 vereist geen aanwijzing in algemene zin Niet in geschil is dat het AC Schiphol een politiebureau, een huis van bewaring, noch een ruimte of plaats als bedoeld in artikel 58, eerste lid, van de Vw 2000 is. Derhalve is de vraag aan de orde of het AC Schiphol is aan te merken als een ruimte of plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Vw 2000 waar de aan de vreemdeling opgelegde maatregel van bewaring op grond van artikel 5.4 van het Vb 2000 ten uitvoer kon worden gelegd. Het AC Schiphol is door de minister niet als ruimte als bedoeld in artikel 1 van het Reglement aangewezen. De mogelijkheid om een ruimte of plaats aan te wijzen op grond van artikel 6, eerste lid, van de Vw 2000 is echter niet beperkt tot ruimten als bedoeld in artikel 1 van het Reglement. Artikel 6, eerste lid, van de Vw 2000 staat er niet aan in de weg om ten aanzien van een vreemdeling het AC Schiphol als ruimte aan te wijzen waar de vreemdeling zich dient op te houden. De praktijk om vreemdelingen die asiel hebben aangevraagd te verplichten zich in deze ruimte op te houden, vindt dus haar basis in dergelijke individuele aanwijzingen. Voorts volgt uit artikel 5.4, eerste lid, van het Vb 2000 dat een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van de Vw 2000 in een ruimte of plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Vw 2000 ten uitvoer kan worden gelegd, dat wil zeggen in een ruimte of plaats waar met toepassing van artikel 6, eerste lid, vreemdelingen plegen te worden verplicht zich op te houden. Gelet op het voorgaande is er geen grond voor het oordeel dat artikel 5.4 van het Vb 2000 voor de tenuitvoerlegging van een maatregel van bewaring in het AC Schiphol een aanwijzing in algemene zin vereist.
De uitspraak op rechtspraak.nl