Art. 102 WN, De tuchtrechtspraak
1. De kamer voor het notariaat kan getuigen en deskundigen horen. Zij worden daartoe bij aangetekende brief opgeroepen en zijn verplicht aan de oproeping gevolg te geven.
2. Verschijnt een getuige of deskundige op de oproeping niet, dan doet de officier van justitie op verzoek van de kamer hem dagvaarden. Verschijnt een getuige of deskundige op de dagvaarding niet, dan doet de officier van justitie op verzoek van de kamer hem andermaal dagvaarden desverzocht met bevel tot medebrenging. Artikel 6:1:5 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.
3. De voorzitter kan een getuige onder ede horen. In dat geval moet hij verklaren dat hij de gehele waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen. De getuige is verplicht op de gestelde vragen te antwoorden. De deskundige is gehouden zijn taak onpartijdig en naar beste weten te verrichten.
4. Ten aanzien van de getuigen en deskundigen zijn de artikelen 217 tot en met 219 van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.
5. De getuigen en deskundigen ontvangen op verzoek op vertoon van hun oproeping of dagvaarding schadeloosstelling overeenkomstig het bij en krachtens de Wet griffierechten burgerlijke zaken bepaalde.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Vlas 4 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:785
- Hof Amsterdam 18 januari 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BP1083
- Rb. Noord-Nederland 8 januari 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:125
- Hof Amsterdam 7 januari 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:5
- Hof Amsterdam 29 oktober 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:3788
- Hof Amsterdam 9 november 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BO6890
- Hof Amsterdam 3 augustus 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BN7303
- Hof Amsterdam 16 februari 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BL5932
- Hof Amsterdam 12 juli 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BB1475
- Hof Amsterdam 31 maart 2005, ECLI:NL:GHAMS:2005:AT3329