Art. 103b WN, De tuchtrechtspraak
1. Indien een klacht geheel of gedeeltelijk gegrond wordt verklaard en een maatregel wordt opgelegd als bedoeld in artikel 103, eerste lid, kan de uitspraak tevens inhouden een veroordeling van de notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris in:
a. de kosten die de klager in verband met de behandeling van de klacht redelijkerwijs heeft moeten maken; en
b. de overige kosten die in verband met de behandeling van de zaak zijn gemaakt.
2. Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing voor zover de klacht is ingediend door Onze Minister, het Bureau of de KNB.
3. De beslissing tot veroordeling in de kosten, bedoeld in het eerste lid, bevat het bedrag, de termijn waarbinnen en de wijze waarop het bedrag moet worden betaald. Op verzoek van de notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris kan de voorzitter van de kamer voor het notariaat de termijn verlengen.
4. In geval van een veroordeling in de kosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, ten behoeve van de klager een toevoeging is verleend krachtens de Wet op de rechtsbijstand, wordt het bedrag van de kosten betaald aan de rechtsbijstandverlener. De rechtsbijstandverlener stelt de klager zoveel mogelijk schadeloos voor de door deze voldane eigen bijdrage. De rechtsbijstandverlener doet aan de raad voor rechtsbijstand opgave van een kostenvergoeding door de notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris. In geval ten behoeve van de klager geen toevoeging is verleend, worden de kosten betaald aan de klager.
5. Worden de kosten niet vergoed binnen de krachtens het derde lid gestelde termijn, dan kan de kamer voor het notariaat, na de betrokken notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris in de gelegenheid te hebben gesteld daarover te worden gehoord, ambtshalve beslissen een of meer tuchtrechtelijke maatregelen op te leggen als bedoeld in de artikelen 103, eerste lid, of de maatregel als bedoeld in artikel 103, derde lid.
6. De vergoeding van kosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt in mindering gebracht op de in artikel 87 bedoelde kosten die samenhangen met tuchtrechtspraak.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Amsterdam 14 januari 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:137
- Hof Amsterdam 28 april 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1164
- Hof Amsterdam 16 april 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:1383
- Hof Amsterdam 26 november 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:4163
- Hof Amsterdam 17 december 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:4353
- Hof Amsterdam 26 januari 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:6
- Hof Amsterdam 23 maart 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:485
- Hof Amsterdam 12 januari 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:3
- Hof Amsterdam 9 februari 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:246
- Hof Amsterdam 18 februari 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:336
- Hof Amsterdam 3 maart 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:286
- Hof Amsterdam 18 februari 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:248
- Hof Amsterdam 28 april 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1173
- Hof Amsterdam 24 maart 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1031
- Hof Amsterdam 28 mei 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:1777
- Hof Amsterdam 18 december 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:4733
- Hof Amsterdam 22 februari 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:363
- Hof Amsterdam 27 december 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3593
- Hof Amsterdam 25 oktober 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:2969
- Hof Amsterdam 26 juli 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:2050