Hof Amsterdam 3 augustus 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BN7303

Op grond van artikel 107 Wet op het notarisambt (Wna) staat tegen een beslissing van de kamer hoger beroep open bij dit hof. Geen bepaling van de Wna bepaalt uitdrukkelijk dat ook tegen tussenbeslissingen hoger beroep kan worden ingesteld. Uit het stelsel van de wet zoals vervat in de artikelen 99 tot en met 106 Wna vloeit evenwel voort dat slechts tegen beslissingen op klachten tegen notarissen en kandidaat-notarissen, die als einduitspraken kunnen worden aangemerkt, hoger beroep openstaat ingevolge artikel 107 Wna. De beslissing van de kamer waartegen het verzoekschrift zich richt betreft het houden van een getuigenverhoor, waarbij klager en [X] als getuigen zullen worden gehoord. Een dergelijke beslissing maakt geen einde aan de procedure, ook niet ten aanzien van enig onderdeel van de klacht, en kan dan ook niet worden aangemerkt als een einduitspraak. Dit leidt tot de conclusie dat het hoger beroep van klager – in beginsel – niet ontvankelijk dient te worden verklaard. Dit kan anders zijn indien in eerste aanleg sprake is van een – dreigende – schending van beginselen van een behoorlijke procesorde. Daaromtrent is door klager evenwel niets gesteld, terwijl het hof daarvan ook overigens niet is gebleken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen