Art. 29 WOTS, Gerechtelijke procedure
Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS)
1. Op vordering van de officier van justitie kan de rechtbank ter zitting de gevangenneming van de veroordeelde bevelen in gevallen waarin overeenkomstig artikel 8 voorlopige aanhouding mogelijk is.
2. Voordat het onderzoek ter zitting wordt gesloten, beslist de rechtbank ambtshalve over de gevangenhouding van de veroordeelde die krachtens deze wet voorlopig van zijn vrijheid is beroofd.
3. Een krachtens een der vorige leden bevolen vrijheidsbeneming blijft na de uitspraak van de rechtbank van kracht totdat deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan.
4. Zij wordt, behoudens de mogelijkheid van verdere vrijheidsbeneming uit anderen hoofde, beëindigd:
a. zodra zulks door de rechtbank of door de officier van justitie ambtshalve of op verzoek van de veroordeelde of diens raadsman, dan wel door de Hoge Raad bij zijn beslissing op een beroep in cassatie, wordt gelast:
b. indien de duur van die vrijheidsbeneming gelijk is geworden aan de duur van de door de Nederlandse rechter opgelegde straf of maatregel.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Maastricht 16 februari 2010, ECLI:NL:RBMAA:2010:BL4307
- Rb. Rotterdam 20 december 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:13786
- Rb. Dordrecht 30 oktober 2003, ECLI:NL:RBDOR:2003:AN4780
- Rb. Amsterdam 19 mei 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:4750
- Rb. Amsterdam 1 februari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ3611
- Rb. Amsterdam 12 november 2004, ECLI:NL:RBAMS:2004:AR5643
- Conclusie A-G Fokkens 20 juni 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AW6731