Rb. Amsterdam 21 december 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:8234
De rechtbank verleent verlof tot tenuitvoerlegging in Nederland van een rechterlijke beslissing van the Supreme Court o fBritish Columbia (Canada) van 14 oktober 2022. Deze Canadese rechterlijke beslissing houdt onder meer in de veroordeling tot een vrijheidsbenemende straf van dertien jaren. Die straf is opgelegd voor het tussen november 2009 en februari 2012 op verschillende sociale mediaplatforms door veroordeelde afpersen van slachtoffer, die pas twaalf jaar oud was, en haar verleiden tot het uitvoeren van pornografische camshows voor hem. Veroordeelde perste slachtoffer af door aanhoudende en intimiderende dreigementen dat hij afbeeldingen en video’s van haar zou verspreiden, wat hij deed toen zij weigerde aan zijn eisen te voldoen. Veroordeelde verspreidde kinderpornografisch materiaal waarin slachtoffer werd afgebeeld onder haar vrienden, familie en gemeenschap. De rechtbank heeft de Canadese straf omgezet naar Nederlandse maatstaven en veroordeelde een gevangenisstraf van zes jaar opgelegd. De rechtbank heeft daarbij naar aanleiding van een verweer van de raadslieden onder meer geoordeeld dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht niet van toepassing is in deze procedure nu zij niet komt tot een “schuldigverklaring aan een misdrijf of overtreding” in de zin van die bepaling, maar tot een omzetting van de Canadese straf naar een Nederlandse straf.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 9a Sr
- Artikel 45 Sr
- Artikel 55 Sr
- Artikel 57 Sr
- Artikel 63 Sr
- Artikel 246 Sr
- Artikel 248 Sr
- Artikel 285b Sr
- Artikel 18 WOTS
- Artikel 2 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen
- Artikel 3 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen
- Artikel 6 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen
- Artikel 11 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen