Rb. Amsterdam 21 juni 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BN1037
WOTS Spanje. Afwijking eis omdat op het moment dat werd ingestemd met het overbrengen van de veroordeelde persoon naar Nederland en hij hier werd vrijgelaten, de veroordeelde in dezelfde positie was als de andere veroordeelden die eveneens in het kader van de WOTS naar Nederland zijn overgebracht. De omstandigheid dat sprake is van een recente beleidswijziging maakt in dit geval niet dat aanleiding bestaat een hogere straf op te leggen. Het gewijzigde beleid is namelijk kennelijk nog niet op veroordeelde van toepassing aangezien wel met zijn overbrenging is ingestemd én de veroordeelde na overbrenging direct in vrijheid is gesteld. In zoverre mocht hij er dan ook op vertrouwen dat zijn straf naar Nederlandse maatstaven wordt omgezet op de wijze waarop dat in de zaken van veroordeelden die hem voorgingen, is gebeurd. Dit gaat dus verder dan de verwachting dat de veroordeelde na vrijlating in Nederland niet opnieuw vast komt te zitten, zoals de officier van justitie ter zitting heeft gesteld, maar behelst in dit geval ook de hoogte van de op te leggen straf. Daarbij weegt mee dat het in het belang van veroordeelde is dat die straf niet beduidend hoger is, maar in lijn is met eerdere straffen, nu de op te leggen straf op het strafblad van veroordeelde wordt vermeld.
De uitspraak op rechtspraak.nl