Rb. Amsterdam 21 juli 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:7617
Verzoek tot tenuitvoerlegging ingevolge het VOGP uit het Verenigd Koninkrijk. Toelaatbaarheid: er is voldaan aan het vereiste van een gewaarmerkt vonnis als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder a, VOGP, omdat uit de stukken - in onderlinge samenhang bezien - duidelijk blijkt waarvoor de veroordeelde is veroordeeld. Motivering van de strafoplegging: de rechtbank is bij de omzetting van de vrijheidsstraf niet bij voorbaat gebonden aan de datum van uitzetting en de startdatum van de ERSED-regeling. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 27 maanden passend. Het opleggen van een hogere straf zou in verband met de huidige Nederlandse regeling omtrent de voorwaardelijke invrijheidsstelling een strafverzwaring inhouden. De tenuitvoerlegging wordt toelaatbaar verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 6:2:10 Sv
- Artikel 2 Opw
- Artikel 10 Opw
- Artikel 18 WOTS
- Artikel 40a Rtvi
- Artikel 2 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen
- Artikel 3 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen
- Artikel 6 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen
- Artikel 11 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen
- Artikel 3 Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen